Sassafras De Bruyn – illustratie

Sassafras tekent, verzint, schrijft en verbeeldt verhalen waarin ze mensen uitnodigt.

copyright Johan Martens
(c) Johan Martens

geboortejaar: 1990

geboorteplaats: Asse

woonplaats: Gent

ongeveer vier jaar professioneel bezig

Waar is het allemaal begonnen?

Ik denk dat het begonnen is op het moment dat ik een potlood kon vasthouden. Ik kan me het exacte moment niet herinneren waarop ik ben beginnen tekenen. Het is alsof het altijd zo geweest is en altijd zo zal zijn. Tekenen hoort – bijna – net zo bij mijn dagen als eten of slapen.

Onlangs zag ik tekeningen terug die ik als kind heb gemaakt. Tekeningen vol leven, niet mooi afgewerkt maar wel boordevol verhaal, bezaaid met bezige personages en stukken tekst. Ik besefte dat het toen al niet louter ging om een mooie tekening maken, maar om het verhaal dat erin of eromheen zat.

Wat is het slechtste advies dat je al hebt gekregen?

Wat een moeilijke vraag! Slecht advies blijft blijkbaar niet hangen. Ik herinner me wel een geweldig advies: “Iedereen wil onderaan de ladder beginnen en langzaamaan opklimmen. Maar waarom niet midden op de ladder springen?” Rond die tijd ben ik gestopt met tekeningen doorsturen naar uitgeverijen en heb ik meteen een idee voor een kinderboek uitgewerkt en voorgesteld – met tekeningen én tekst. Die sprong op de ladder heeft me mijn eerste boek ‘Cleo’ opgeleverd, en daarna ging de bal aan het rollen.

Mooiste moment tijdens creatieproces?

Er zijn verschillende mooiste momenten. Een ervan is sowieso het moment waarop er zich iets nieuws begint te ontspinnen in mijn hoofd. Wanneer er een kiem ontstaat die tentakels om zich heen werpt die plots heel snel beginnen groeien en een heel web doen ontstaan. Op zo’n moment geraak ik in overdrive, ga ik helemaal op in de bubbel van die nieuwe wereld en vergeet ik de fysieke realiteit rondom mij.

Een ander moment is tijdens het tekenen zelf. Wanneer ik al enige tijd onrustig aan het wriemelen ben in frustratie omdat er iets nog niet goed aanvoelt, en er dan ineens een vondst komt. Een ongeplande ingreep die “ja, dat is het!” doet roepen, waardoor alles plots goed zit. Een heerlijk moment!

Wat inspireert je niet?

Anonieme winkels, gevuld met nagelnieuwe producten die massaconsumptie en snel verbruik uitademen. Daar krijg ik zo’n vies gevoel van. Fast fashion en wegwerpgoederen mijd ik steeds meer en meer. Er zit geen waarde of verhaal in, niets dat inspireert. Integendeel, ze roepen doembeelden op over de mensheid en zijn vernietigende waanzin.

Waar ben je trots op?

Ik denk dat ik een doorzetter ben. Ik weet heel goed wat ik wil en daar ga ik voor. Als ik iets niet goed vind, begin ik gewoon opnieuw, en ik blijf gaan tot ik er een goed gevoel bij heb. Dat is soms moeilijk, want ik ben zodanig perfectionistisch dat ik nooit helemaal tevreden ben.

Concreter ben ik erg trots op mijn boek ‘Bijbel. Verhalen uit het Oude Testament’ dat in september zal verschijnen bij Lannoo. Meer dan ooit tevoren heb ik er mijn hart en ziel in gestoken én ik heb ontzettend veel bijgeleerd over de Bijbel.

Wie zou je graag ontmoeten?

Ik had heel graag Astrid Lindgren ontmoet, maar daarvoor is het helaas te laat. Als kind was ik verslingerd aan haar boeken, ik kon er helemaal in verdwijnen. Wat zij in mensen kon teweegbrengen met een boek, dat is volgens mij een droom voor elke auteur en illustrator.

Lievelingsmateriaal?

Met papier en een gewoon grijs potlood voel ik me in mijn natuurlijke habitat. Verder houd ik van de stugheid van acrylverf en van materialen die tegenwerken, zodat er iets onverwacht kan ontstaan. Ik gebruik graag materialen “fout”: acrylverf die al wat begint op te drogen, een stug, kapot penseel, een bot mes dat krast in papier…

Wat had je gedaan als je dit niet had gedaan?

Talen gestudeerd, denk ik. Ik verwonder mij vaak over de mechanismen van taal, het fascineert mij echt. Ik heb altijd al heel graag verhalen geschreven, dus ik had ook graag auteur willen zijn. Maar schrijven doe ik nu soms al… dus niet iets heel anders!

Wanneer was je grootste twijfelmoment?

In de maanden na mijn afstuderen op Sint Lucas Antwerpen was het niet evident om meteen als illustrator veel opdrachten bijeen te sprokkelen. Elke dag was ik bezig met nieuwe dingen maken zonder opdracht, gewoon om te kunnen opsturen naar uitgeverijen en organisaties. Na weken zonder veel respons begon ik te twijfelen of ik het wel in me had. Toch heb ik nooit echt de moed laten zakken. Ik wilde het gewoon veel te graag.

Wie is je grootste steunpilaar?

Mijn lief, mijn ouders, mijn zussen en broer. Ik ben heel hecht met mijn familie en voel me door hen enorm gedragen. Zodra er iets fout gaat, wacht er een heel warm vangnet. Ik ben een gelukzak.

Lievelingsbeeld?

‘Meisje op rood tapijt’, een schilderij van Felice Casorati. Ik keek er als kind vaak naar in een van mijn lievelingsboeken ‘Uit de doeken. Verhalen over kinderen in schilderijen’ van Rudy Vandendaele. Ik identificeerde me enorm met dat meisje. Zo teruggetrokken in haar eigen wereldje, met haar lievelingsspulletjes om zich heen uitgespreid. Haar pop, haar boeken, versierde kistjes… Ik vond het zelf ook heerlijk om kleine spulletjes te verzamelen en als schatten te koesteren. Dat doe ik eigenlijk nog steeds.

Wat is je mooiste zin?

Ik heb geen mooiste zin. Er zijn er heel veel. Dingen die mijn grootouders steeds herhalen, bijvoorbeeld:

“En hoe is ’t met de kindjes?”

of

“De pakkers steekt men bij de dieven!”

Stiekem vind ik

“Slaapwel”

ook wel een heerlijke. Die zin kondigt een geoorloofde pauze aan van al het moeten en de drukte.

Wat wil je nog graag doen?

Op professioneel gebied zijn er niet erg veel dingen die ik meer wil dan doen dan wat ik nu al doe. Blijven verhalen bedenken en kunnen delen met anderen. Maar ook het ongrijpbare op papier krijgen, iemand kunnen helpen door een onuitspreekbaar gevoel in beeld te krijgen. Iets uitmaken in andermans leven. Beelden van waarde kunnen maken die voor anderen beginnen te leven.

Wat is de rode draad in je werk?

Het belangrijkste in een tekening is dat het beeld leeft en weet te raken. Als ik een verhaal verbeeld, zoek ik meestal naar een symbolische inslag die grijpt naar een onuitspreekbare laag net onder het concrete verhaal. Net zoals een schrijver dat in de ruimtes tussen zijn woorden en zinnen doet, wil ik de sfeer op papier zetten van datgene wat niet concreet te grijpen is. Zo wil ik een fijne draad spannen naar de gevoelige snaar van mijn publiek.

Meer zien van Sassafras?

Website

Facebook

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s