Camille vertaalt haar poëtische interpretatie van de werkelijkheid naar film. In de dagelijksheid van de dingen valt het soms niet op dat er betekenis is. Voor Camille is een documentaire maken een manier om de betekenis naar boven te laten drijven door het leven te verheffen tot een verhaal of sprookje.

geboortejaar: 1994
geboorteplaats: Gent
woonplaats: Gavere
bezig met creatief zijn sinds ze klein was, nam een grote omweg om te beseffen dat haar creativiteit een job kan en mag zijn. echt begonnen met documentaires maken in 2020 met haar afstudeerwerk ‘Nieuwkomers’.
Waar is het allemaal begonnen?
Daarvoor kan ik wel teruggaan tot in mijn kindertijd denk ik. Zo herinner ik me dat ik rond mijn tiende met vriendinnetjes een powerpointpresentatie heb gemaakt. Daarin vertelden we het verhaal van Emiliano Zapata, een Mexicaanse vrijheidsstrijder waar mijn ouders een portret van hadden aan de muur. De presentatie was inclusief foto’s van elkaar én een moordplot. (lacht)
Maar evengoed speelde ik illegaal het videospel Sims en verzon ik allerlei verhalen over de verschillende families. In feite was ik als kind altijd bezig met werelden creëren, doen alsof en verhalen vertellen.
In het middelbaar werd mijn vorm van creativiteit nooit echt erkend. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik me erna nooit meer heb omschreven als creatief, alhoewel ik ook schilderde en schreef.
Omdat ik echt niet wist wat ik wou doen, heb ik na de humaniora geschiedenis gestudeerd. Die studies leken me perfect om een algemeen referentiekader te hebben van wat mensen al allemaal hebben uitgespookt. (lacht)
Toen al dacht ik: zou het niet cool zijn als ik een documentaire kon maken. Terwijl ik niet wist of ik dat ook effectief zou kunnen. Het was als een stoute droom, één die je totaal niet serieus neemt.
Na mijn geschiedenisstudies was ik nog niet klaar om te beseffen dat documentairemaker worden een echt pad zou kunnen zijn. Ik kom uit een nest met academisch geschoolde ouders, dus leek de meest logische stap na mijn bachelor geschiedenis om een academische master te halen; het werd cultuurmanagement. Maar in die studies voelde ik me niet op mijn plaats. De focus lag heel erg op het managen en helemaal niet op creëren. Ook toen voelde het kunstenaarschap heel ver weg van mij, als in: wie denkt ge wel dat ge zijt, om te denken dat ge kunstenaar kunt zijn.
In het kader van mijn cultuurmanagementstudies ben ik toen wel een half jaar naar Peru gegaan. Daar ben ik een docu beginnen maken voor Vranckx en de nomaden (de nomaden zijn jonge televisiemakers en wereldreizigers die documentaires maken over onderwerpen die ze zelf belangrijk vinden, n.v.d.r.). Omdat ik veel salsa danste in Peru, heb ik toen mijn leraar geïnterviewd over zijn leven. Daar is het begonnen, het maken van mijn documentaires.

Wat is het slechtste advies dat je al hebt gekregen?
Dat zijn er veel. (lacht)
Het is niet echt advies, maar iets dat mijn bomma op mijn zestiende tegen me heeft gezegd: “Dit zijn de schoonste jaren van uw leven”. Ik weet nog dat ik dacht: als dat zo is, maak ik mij van kant. (lacht)
Of als mensen tegen me zeggen: “Ik kijk al uit naar een volgende film”. Dan denk ik nee nee kijk nog een paar keer naar deze!
Ook allerlei opmerkingen die te maken hebben met ambitie zoals “Goe bezig”, “Ge zijt het aan het maken” of “Doe da goed”. Ik vind dat niet leuk, die verheerlijking van een regisseur of maker door ze op een voetstuk te plaatsen. Wat een creatieveling doet is volgens mij niet zo anders dan een bakker die brood bakt.
Mooiste moment tijdens het creatieproces?
Bij het maken van ‘Les Dames Blanches’ fietste ik telkens na de opnamedagen naar huis. Tijdens die fietsritten kreeg ik een heel speciaal gevoel, een combinatie van: ik weet echt niet waar ik mee bezig ben, en tegelijk alsof het Sinterklaas was. Alsof er om de hoek van de living iets prachtigs lag. Ik wist toen nog niet hoe ik tot één geheel ging komen, maar ik wist wel dat we al prachtige scènes hadden gemaakt.
Ik deed toen ook elke dag een dutje als ik thuiskwam. Tijdens opnamedagen stond ik elke dag op om half 6, vandaar. (lacht)
Maar ik vond dat een heel fijn moment en gevoel: je hebt gedaan wat je kon tijdens de dag en erna is de pijp uit. Dat is heel duidelijk. Het was een tijd waarin ik durfde te hopen dat we iets moois aan het creëren waren. Ik voelde sowieso wel dat wat er aan het gebeuren was, bijzonder was. Een soort besef van dicht komen bij een fragiele kern. Dat is iets heel bijzonders.

Wat inspireert je niet?
Oorlog en polarisatie.
Waar ben je trots op?
Dat vind ik een moeilijke vraag …
Dat ik blijf proberen om een goed mens te zijn.
Wie zou je graag ontmoeten of met wie zou je graag samenwerken?
De Israëlisch-Amerikaanse filmmaakster Alma Har’el. Haar documentaire ‘Bombay Beach’ vind ik een supermooie film. Het was de grootste inspiratie voor mijn afstudeerproject ‘Nieuwkomers’. Ik hou van documentaires met choreografieën en personages, waarbij de grenzen verlegd worden van wat het betekent om een documentaire te maken. Waarbij de mensen hun verhaal ownen en scènes misschien wel in scène worden gezet, maar waar tegelijk alles nog steeds echt is.

Lievelingsmateriaal?
Dit klinkt misschien wat fluffy, maar het raw material van een documentaire is energie. Het is alles wat er gebeurt of zou kunnen gebeuren tussen twee mensen. De onzichtbare betekenis. Een goed verhaal met een slechte camera is nog steeds mooi. (lacht)
Die energie is de klei van een documaker. Het boetseren gebeurt in de regie en de montage. Op het moment zelf gebeurt dat door vragen te stellen, maar het zit ook in de voorbereiding, en door mensen op hun gemak te stellen.
Wat had je gedaan als je dit niet had gedaan?
Dan zou ik heel graag interieurontwerp gedaan hebben. Maar ik denk dat ik de sociale en maatschappelijke aspecten zou missen.
Wanneer was je grootste twijfelmoment?
Alles tussen een idee krijgen en het afronden van de montage. (lacht)
De twijfel komt met pieken, maar er zijn ook momenten dat het me niet kan schelen.
Zo’n piektwijfelmoment is vaak bij een creatieve keuze. Bij ‘Les Dames Blanches’ was dat bijvoorbeeld de keuze van het woonzorgcentrum waar we gingen filmen.
Halverwege de draaiperiode van Les Dames heb ik alle gedraaide scènes eens na elkaar gezet en toen ben ik in foetushouding in de zetel gekropen. Ik had het gevoel dat er geen verhaal in zat. Dat is echt het mottigste moment, als die twijfel heel erg aanwezig is. Als documaker vraag je veel van mensen en niemand weet wat we aan het maken zijn en iedereen vertrouwt je. Dat is verschrikkelijk. (lacht) Je vraagt mensen om hun ziel bloot te leggen. Je kan wel een idee hebben van wat het eindresultaat gaat zijn, maar het wordt dan toch nog altijd iets anders.

Wie is jouw grootste steunpilaar?
Mijn mama. Die onvoorwaardelijkheid.
Zij gelooft zo hard in mijn films. We overlappen ook in onze interesses, in het op zoek gaan naar een combinatie van humor en het tragikomische.
Ik weet dat mijn mama er zou zijn, ook als het niet zou lukken. Ik woon momenteel bij haar in mijn ouderlijk huis en ze zorgt voor alle maaltijden. Ze houdt me dus letterlijk in leven. (lacht)
Lievelingsbeeld?
Momenteel is één van mijn lievelingsbeelden ‘Au lit’, een schilderijtje van Édouard Vuillard.

Wat is je mooiste zin?
“And I will only go as fast as the slowest part of me feels safe to go”
– Karen Drucker
Wat wil je nog graag doen?
Er zijn thema’s waar ik nog graag werk over zou willen maken. Anderzijds zou ik ook graag eens opdrachtwerk doen en dan op het einde van de dag kunnen thuiskomen en alles vergeten. Misschien ook eens een televisieserie regisseren, om dan te ontdekken dat ik het niet graag doe. (lacht)
Één van de andere dingen die ik graag zou doen is in en rond Gent werken. Nu werk ik vaak in Brussel en Antwerpen. Ik krijg meer en meer appreciatie voor het lokale, plaatselijke. Het kennen van de plek waar je bent.
Nog iets wat ik graag zou willen is rust vinden in mijn werk. Kunnen doen wat ik doe zonder angst. Weten dat ik, de ik onder het werk, al goed ben en dat proberen genoeg is.
En een hond, dat wil ik ook! Liefst een mix van een Border Collie en een Flatcoated Retriever. Ik heb al onderzoek gedaan. (lacht)
Waar werk je?

Ik ben niet vast verbonden aan een productiehuis. Momenteel maak ik een kortfilm bij een Brussels productiehuis. Ik werk veel van thuis, maar ik ben op zoek naar een coworking in Gent om meer scheiding te hebben tussen werk en thuis.
